Gedicht voorgedragen tijdens de eindejaarsborrel

leer lerend mens te zijn

als ik een nest kittens in volle glorie aanschouw
hoe rap en zo gauw zij de hoeken van de kamer,
het tapijt onder de tafel en de vazen bij de ramen
als objecten van speelse werkelijkheid aanvaarden
blijf ik soms wat langer hangen in het staren
naar de glimmende vacht en de gapende lach
van zo een fijn geschapen beest

als ik een pasgeboren kind in mijn handen houd
en met mijn handen door de haren strijk
om zo de ogen de ruimte te geven het leven
als nieuw te mogen zien – blijf ik alweer
een beetje hangen in mijn verweer dat als
ik maar blijf staren de schoonheid van nieuw leven
langer duurt dan dit hele even

als ik mijzelf in de spiegel voor de gek wil houden
door mij op te maken en tegelijkertijd weet af te kraken
en zo een afstand creƫer tussen dat wat ik koester
en afdank – blijf ik staan en poets ik mijn tanden
flos ik mijn gebit en spetter het water op mijn gezicht
draai dan de handdoek over mijn huid tot ik besluit
dat blijven staren teveel tijd gebruikt

daarom vlieg ik maar verder, strek ik mijn linker- voor
mijn rechterbeen en kies ik waarheen ik vandaag zal gaan
zo leer ik, met mijn kennen en kunnen, mijn kijken en zwijgen
hoe ik als mens toch lerend mag leren hoe de mens mag zijn

  • Jelle de Boer